Netcongestie vraagt om keuzes en samenwerking
Op woensdagavond 30 september jl. was ik aangehaakt bij de webinar over dit onderwerp. Veel informatie, maar wel degelijk van belang voor ons allemaal.
Het elektriciteitsnet in Nederland loopt steeds vaker tegen zijn grenzen aan. Dat heeft gevolgen voor woningbouw, bedrijven, laadpalen, verduurzaming en maatschappelijke voorzieningen. Tijdens het tweede VNG-webinar voor raadsleden stond daarom de vraag centraal: wat kunnen gemeenten doen nu stroom niet altijd vanzelf beschikbaar is?

Afbeelding is gemaakt met Copilot door Harrie Rouwhorst
Een vol stroomnet raakt iedereen
Floris Brand van Liander legde uit dat netcongestie betekent dat er op bepaalde momenten en plaatsen meer vraag naar elektriciteit is dan het netwerk kan vervoeren. Vooral tussen 16.00 en 21.00 uur is de belasting hoog. Op termijn zal naar verwachting ongeveer één op de drie straten worden opengebroken voor werkzaamheden aan het elektriciteitsnet. De gevolgen zijn breed. Nieuwe woningen kunnen vertraging oplopen, bedrijven kunnen niet uitbreiden en ook laadpalen, scholen en andere voorzieningen kunnen niet altijd op het gewenste moment worden aangesloten. Netbeheerders onderzoeken daarom onder meer tarieven die het gebruik van elektriciteit beter over de dag spreiden. Sinds 1 juli 2026 staan in congestiegebieden zowel grootverbruikers als kleinverbruikers op één gezamenlijke wachtlijst. De beschikbare ruimte wordt verdeeld volgens het maatschappelijke prioriteringskader van de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Projecten die het elektriciteitsnet ontlasten krijgen daarbij de hoogste prioriteit, gevolgd door belangrijke maatschappelijke functies en basisbehoeften.
Wat kunnen gemeenten doen?
Gemeenten hebben niet overal direct invloed op de beschikbare netcapaciteit, maar kunnen wel belangrijke voorwaarden scheppen. In het webinar werd daarom opgeroepen om energie-infrastructuur vanaf het begin mee te nemen in omgevingsvisies, plannen en gebiedsontwikkeling.
Dat betekent onder andere:
- ruimte reserveren voor kabels, transformatorstations, opslag en andere energievoorzieningen;
- vaste processen ontwikkelen voor grondaankoop en vergunningen;
- woningbouw en bedrijventerreinen netbewust plannen en faseren;
- tijdelijke aansluitingen en lokale opslag mogelijk maken;
- inwoners en bedrijven stimuleren om energie te besparen;
- elektrisch laden zoveel mogelijk op rustige momenten laten plaatsvinden;
- gebruikmaken van energiemanagement en flexibel vermogen.
Ook is het belangrijk om niet uitsluitend te kiezen voor een volledig elektrische oplossing. Warmtenetten, hybride warmtepompen en andere vormen van warmtevoorziening kunnen helpen om de druk op het elektriciteitsnet te verminderen. Een brede energiemix biedt gemeenten meer mogelijkheden om woningbouw en economische ontwikkeling toch door te laten gaan.
Ervaring uit Noardeast-Fryslân
Jacob Claas Star deelde de ervaringen uit Noardeast-Fryslân. Sinds februari 2023 is er congestie op het onderstation bij Dokkum. Een nieuw onderstation wordt naar verwachting tussen 2031 en 2036 gerealiseerd. Daarnaast is rond 2035 nog een tweede station nodig. In Hallum wordt gewerkt aan uitbreiding van het regelstation naar 40 megawatt. Die uitbreiding staat gepland voor het vierde kwartaal van dit jaar. Met een zogenoemde GTO — een groepscontract voor transportcapaciteit — en een Smart Energy Hub kan mogelijk nog eens 15 megawatt extra transportcapaciteit beschikbaar komen. Een Smart Energy Hub brengt vraag, aanbod, opslag en gebruik van energie lokaal bij elkaar. Bedrijven kunnen bijvoorbeeld hun verbruik beter op elkaar afstemmen. Wanneer het ene bedrijf tijdelijk minder stroom gebruikt, kan die ruimte door een ander bedrijf worden benut. Zo wordt het bestaande netwerk efficiënter gebruikt, zonder dat direct een volledig nieuw netwerk nodig is.
De situatie in Hallum laat ook zien hoe groot de economische gevolgen kunnen zijn. Voor het gebied ligt er een verduurzamingsopgave van ongeveer 25 gigawattuur, vergelijkbaar met het jaarlijkse elektriciteitsgebruik van circa 10.000 woningen. Tegelijkertijd heeft een grote werkgever vanwege de netcongestie besloten een nieuwe productielocatie in Bad Hersfeld te openen.
Een lokaal energieprogramma
Noardeast-Fryslân werkt met een energieprogramma tot 2035. Daarin worden duidelijke uitgangspunten gehanteerd. De gemeente wil vooral technieken toepassen die zich in de praktijk hebben bewezen, zoals zon, wind, opslag en groen gas.
Belangrijke uitgangspunten zijn:
- energie zoveel mogelijk lokaal opwekken en gebruiken;
- uitgaan van het principe ‘local for local’;
- werken met een kostprijs-plusmodel;
- streven naar minstens 50 procent lokaal eigendom.
Dat laatste is belangrijk omdat inwoners en lokale organisaties zo niet alleen betrokken worden bij energieprojecten, maar er ook financieel van kunnen profiteren.
Wind, kernenergie en waterstof
Ook de bredere energiemix kwam aan de orde. In de provinciale omgevingsvisie van Fryslân is voorzichtig ruimte ontstaan voor windenergie bij bedrijventerreinen. De mogelijkheden worden echter beperkt door de vliegbasis Leeuwarden en de radar van Defensie. Kernenergie en kleine modulaire reactoren, zogenoemde SMR’s, zijn voorlopig buiten beeld gehouden tot na 2035 of 2040. Dat betekent niet dat ze nooit een rol kunnen spelen, maar ondernemers en gemeenten hebben nu al oplossingen nodig voor de problemen van vandaag. Groen gas biedt kansen, maar de ontwikkeling ervan wordt bemoeilijkt door de stikstofdiscussie en de gasprijs. Voor melkveehouders kan de handel in certificaten wel een aanvullende inkomstenbron blijven. Waterstof is volgens de sprekers niet voor iedere gebruiker een logische oplossing. Voor een lokale bakkerij is waterstof bijvoorbeeld te duur en te energie-intensief. De toepassing ligt eerder bij de chemische industrie en grote energieclusters.
Belang voor ChristenUnie-raadsleden
Netcongestie is meer dan een technisch probleem. Het raakt rechtstreeks aan belangrijke politieke thema’s: voldoende woningen, ruimte voor bedrijven, betaalbare energie, leefbare dorpen en een eerlijke verdeling van schaarse middelen. Voor gemeenten betekent dit dat energie-infrastructuur niet langer als sluitstuk van beleid kan worden gezien. Bij ieder woningbouwplan, bedrijventerrein of mobiliteitsproject moet vanaf het begin de vraag worden gesteld: hoeveel energie is nodig, wanneer is die nodig en hoe kunnen we het bestaande net zo slim mogelijk gebruiken? De praktijk in Noardeast-Fryslân laat zien dat lokale samenwerking verschil kan maken. Gemeente, netbeheerder, inwoners en bedrijven moeten samen zoeken naar oplossingen die technisch haalbaar, betaalbaar en maatschappelijk verantwoord zijn. Daarbij passen de uitgangspunten van de ChristenUnie goed: rentmeesterschap, verantwoordelijkheid voor de leefomgeving en oog voor de lange termijn.
De VNG organiseert vervolgsessies over onder meer de warmtetransitie, mobiliteit, participatie en communicatie.
Willem Schaaij
Commissielid ChristenUnie